Ventilatie vervolg

Hoe zorg ik voor een goede ventilatie?
Gebruik de ventilatieopeningen in uw woning waarvoor ze bedoeld zijn en sluit ze niet af. Voor een goede ventilatie is een voortdurende zwakke luchtstroom nodig om vervuilde lucht af te voeren en frisse lucht aan te voeren. Goed ventileren betekent dus 24 uur per dag ventileren. Daarvoor moeten ventilatievoorzieningen als roosters en bovenlichten zorgen. Een raam dat voortdurend op een kier staat, is ook een goede oplossing. Ventileer ook na het koken, douchen en slapen enigszins om het vocht af te voeren. Alleen luchten (dat wil zeggen de ramen een poosje openzetten) is niet genoeg. Na een half uurtje is de frisse lucht verdwenen en hopen vocht en bepaalde stoffen zich weer in de woning op. In ruimten met een hoge luchtvochtigheid, zoals sommige kruipruimten, kan ventileren alléén niet afdoende blijken te zijn. Aanvullende maatregelen zoals (bodem)isolatie zouden dan nodig kunnen zijn.

Hoe weet ik of mijn huis vochtig is?
Vochtproblemen kunt u al in een vroeg stadium signaleren. Ruiten (enkelglas) blijven langdurig beslagen en het ruikt bedompt in huis. Ook ontstaan er zwarte schimmelplekken op de muur en laat het behang los. Een vochtige woning is oncomfortabel. Het voelt er kil en koud aan, ook al stookt u flink. Ook is zo'n huis minder energiezuinig. Het opwarmen van vochtige lucht kost meer energie dan van droge lucht. De vochtigheid van de lucht in je woning meet je met een hygrometer. Een relatieve luchtvochtigheid van 60 tot 70 procent is goed. Boven de 80 procent is de lucht eigenlijk te vochtig en is er kans op condensatie.

Welke ventilatiesystemen bestaan er?
Vroeger werden gebouwen altijd natuurlijk geventileerd: de buitenlucht kwam door ramen of kieren het gebouw binnen en de binnenlucht werd ook zo afgevoerd. Vanaf de jaren zeventig werden steeds meer nieuwe gebouwen voorzien van mechanische ventilatie. Hierbij voert een ventilator de binnenlucht continu naar buiten af. Via klepramen of roosters in de gevel (kozijnen, muren) komt verse lucht op natuurlijke wijze het gebouw binnen.
Nieuwe gebouwen zijn tegenwoordig ook vaak voorzien van gebalanceerde ventilatie. Daarbij wordt verse buitenlucht mechanisch toegevoerd en de binnenlucht mechanisch afgevoerd. De aanvoer en de afvoer zijn daarbij in evenwicht ('balans'). Met het oog op energiebesparing wordt bij gebalanceerde ventilatie gewoonlijk ook warmteterugwinning ('wtw') toegepast. Daarbij geeft de af te voeren lucht via een warmtewisselaar zijn warmte af aan de koelere binnenkomende buitenlucht. Die buitenlucht wordt daardoor voorverwarmd en dat levert energiebesparing op.

<< Terug